Fase 0 – Lesvoorbereiding
Studenten bouwen vooraf basiskennis op. Zij verdiepen zich in begrippen, aandoeningen, symptomen, risicofactoren, interventies en patiëntcontext.
GenAI kan in deze fase ondersteunend worden gebruikt, bijvoorbeeld om begrippen te verduidelijken, samenvattingen te maken, oefenvragen te genereren of voorkennis te controleren.
De student blijft zelf verantwoordelijk voor het begrijpen van de inhoud. GenAI-output wordt gecontroleerd met betrouwbare bronnen, zoals leerboeken, richtlijnen, protocollen of aangereikte literatuur.
Fase 1 – Klinisch redeneren zonder GenAI
In de les analyseren studenten eerst zelfstandig een casus, zonder GenAI. Dit is de koude start van EDDAI.
Studenten brengen patiëntinformatie in kaart, herkennen urgente signalen, formuleren verwachtingen en stellen een eerste werkhypothese op. Zij maken zichtbaar wat zij al weten, waar zij over twijfelen en welke kennishiaten er zijn.
Deze fase is belangrijk omdat studenten oefenen met zelfstandig denken voordat zij worden beïnvloed door GenAI-output.
Fase 2 – GenAI als sparringpartner
Pas nadat studenten hun eigen analyse hebben gemaakt, gebruiken zij GenAI doelgericht. GenAI wordt niet ingezet om het antwoord over te nemen, maar als sparringpartner.
Studenten vergelijken hun eigen redenering met GenAI-output, verkennen alternatieven en stellen gerichte vervolgvragen. GenAI kan helpen om blinde vlekken zichtbaar te maken, aanvullende perspectieven te bieden of de redenering verder aan te scherpen.
Fase 3 – Onderbouwde keuzes
In deze fase toetsen studenten hun redenering en de GenAI-output aan betrouwbare bronnen, richtlijnen, patiëntgegevens en professioneel oordeel.
De nadruk ligt op verifiëren, afwegen en onderbouwen. Studenten onderzoeken of de GenAI-output klopt, of deze past bij de patiëntcontext en welke informatie ontbreekt of aangepast moet worden.
GenAI-output wordt alleen gebruikt wanneer de onderbouwing controleerbaar en professioneel verantwoord is.
Fase 4 – Reflectie en transfer
Tot slot reflecteren studenten op hun redeneerproces, hun bijstellingen en hun GenAI-gebruik. Zij leggen uit wat zij met de GenAI-output hebben gedaan.
Studenten beschrijven wat zij uit GenAI-output hebben overgenomen, wat zij hebben aangepast, wat zij hebben verworpen en waarom zij deze keuzes hebben gemaakt.
Deze fase verbindt het leren aan professionele ontwikkeling. Studenten leren niet alleen een antwoord te formuleren, maar ook hun denkproces en keuzes te verantwoorden.